De broedvogels van het Meridiaanpark te Almere in 2019

Zie ook de oudere verslagen

31 augustus 2019
Ed ter Laak
Lilastraat 1
1339 AG ALMERE

e-mail: edterlaak@kpnmail.nl

In 2019 heb ik voor het 15de achtereenvolgende jaar de broedvogels van het Meridiaanpark in de Regenboogbuurt van Almere Buiten gemonitord. Deze activiteit valt onder het “Broedvogel Monitoring Project – Alle broedvogels” (BMP-A) van Sovon Vogelonderzoek Nederland. De werkwijze is beschreven in de “Handleiding Sovon Broedvogelonderzoek: BMP & kolonievogels” (Sovon, 2016).
Er zijn 10 ochtendbezoeken afgelegd in de periode 19 maart – 14 juli, startend 0,5 tot 1 uur voor zonsopgang, en 2 nachtbezoeken, startend 1,5 uur na zonsondergang. Enkele geïnteresseerde buurtbewoners liepen weer een aantal keren mee : Michiel Dieben, Marian Vogt, Kees van Vliet, Astrid Furlan en mijn vrouw Luud.

Het weer van winter 2018-2019 en voorjaar 2019
Na de warmste zomer in minimaal drie eeuwen en een van de droogste zomers sinds 1906, de zonnigste herfst sinds 1901 die ook zeer droog was, was de winter 2018-2019 over het geheel zeer zacht en staat deze in de top 10 van zachtste winters. De winter was ook zeer zonnig (mede door een zeer zonnige februari) en er viel een normale hoeveelheid neerslag.
In totaal werden in De Bilt 28 vorstdagen (minimumtemperatuur lager dan 0,0°C) geregistreerd, tegen een langjarig gemiddelde van 38 (in het verslag over 2018 stond abusievelijk 28, dat stond foutief vermeld op de website van het KNMI). De Bilt telde 2 ijsdagen (maximumtemperatuur lager dan 0,0°C), beide in januari, waar 7 ijsdagen normaal is voor het hele winterseizoen.

De lente was zacht, vrij droog (maar maart was nat) en zeer zonnig (vooral in april). De lente begon onstuimig met veel wind en neerslag, maar met temperaturen boven normaal. Mei was echter iets koeler dan normaal. De lente telde in totaal 5 vorstdagen, tegen 12 normaal. Het aantal warme dagen (in De Bilt maximumtemperatuur 20 °C of hoger) lag met 16 iets boven het langjarig gemiddelde van 14. De lente telde geen zomerse dagen (in De Bilt maximumtemperatuur 25 °C of hoger), normaal zijn dit er 4.

De zomer was zeer warm (plaats 4 sinds 2001), zeer zonnig en aan de droge kant. Er waren drie extreem warme perioden: eind juni, eind juli en eind augustus.
Juni was extreem warm (de warmste juni sinds 1901). Juli was warm, vrij droog en vrij zonnig, maar kende ook enkele periodes met koeler weer en onweersbuien. Op 22 juli begon een hittegolf van 6 dagen; op 24 juli werd het nationaal hitterecord verbroken en op 25 juli nogmaals met een temperatuur van 40,7 °C. Augustus kende een tweede hittegolf, van 23 -28 augustus, nog nooit zo laat in het jaar sinds het begin van de metingen. De laatste dag van augustus was een zomerse dag
De zomer telde 73 warme dagen (normaal 60), 26 zomerse dagen (normaal 21) en 11 tropische dagen (in De Bilt maximumtemperatuur 30°C of hoger; normaal 4).

Plantengroei in 2019
Ondanks de warmere maanden februari en maart was de plantengroei van het bloemrijke grasland en het rietland niet opvallend vroeger dan vorig jaar.
Het riet was op 14 april 30 cm hoog en op 26 april 90 cm. Vorig jaar was het riet op 22 april 50 cm hoog en op 6 mei 100 cm. Het riet ontwikkelde zich in de niet gemaaide delen minder mooi dan vorig jaar. Tot aan de zomer waren deze delen nog goed te onderscheiden van de gemaaide delen; de oude rietstengels staken ver boven het nieuwe riet uit.

Beleid augustus 2018–juli 2019
De grote opknapbeurt van de gehele Meridiaan die gestart is in het najaar van 2017 was afgelopen winter nog in volle gang en is voor een groot deel afgerond. De meeste Essen zijn gekapt vanwege de Essentaksterfte; enkele groepjes zijn nog blijven staan. Mogelijk worden die de komende winter verwijderd. In één bosvak aan de Paletlaan zijn takken van de gekapte bomen verwerkt tot takkenrillen, een interessant natuurlijk element dat verdere kansen biedt aan zoogdieren en vogels.

In het najaar heeft de Gemeente in de gehele Meridiaan vijf informatiepanelen geplaatst, waarvan drie in het eigenlijk Meridiaanpark. Elk bord behandelt een biotoop (landschapstype) van de Meridiaan en toont een plattegrond van het gebied en ca vijf foto’s van vogelsoorten die in het betreffende biotoop in de Meridiaan voorkomen. De panelen zijn op initiatief van de Gemeente Almere gemaakt door André van den Beemt, Marga Wolters en Reinier van der Leden namens de Gemeente Almere, en Wim Sluijs en mij namens de Vogel- en Natuurwacht Flevoland. De foto’s zijn afkomstig van leden van de Vogelwacht. De Gemeente heeft de borden aan de Vogelwacht geschonken. Zij zijn op 23 november 2018 feestelijk onthuld.

Beheer
Rond eind oktober 2018 is het gehele bloemrijke grasland (deels voor een tweede keer) gemaaid en is het maaisel afgevoerd. Er zijn weer plekken (dit jaar 5) niet gemaaid om een betere start te krijgen van het insectenleven in het voorjaar; deze plekken worden horsten genoemd. De horst dicht bij de Evenaar had een grote afmeting. Het bloemrijke grasland gelegen tussen het Gerrit Schultepad en het Jasmijnpad (dus in het zuidelijke deel van het park) is rond half mei gemaaid. De horst is met omliggende begroeiing gespaard gebleven. In het deel tussen het Jasmijnpad en de Lage Vaart zijn begin juni paden van wel 9 meter breed gemaaid. In de grote horst dicht bij de Evenaar huisden maar liefst 2 paar Bosrietzangers en 1 paar Kleine karekieten; in elk van de twee horsten rond het centrale deel van het park huisden ook een paar Bosrietzangers. Er waren geen Bosrietzangers in de twee horsten in het deel tegen de lage Vaart aan; mogelijk zijn deze twee horsten in de loop van het broedseizoen niet gespaard gebleven. Ook in de noordelijke helft van het park zijn begin juni delen gemaaid. Een klein deel van de gemaaide delen is ingezaaid met o.a. bijenbrood (Phacelia).

Rond de jaarwisseling is ca 40% van het rietland gemaaid. Ruim de helft hiervan was vorig jaar ook gemaaid. Vrijwel het hele deel dat vorig jaar niet gemaaid is, is dit jaar ook niet gemaaid. Zowel Blauwborst (1 paar) als Rietgors (2 paar) konden zich mooi handhaven in dit oude riet; ook de Bosrietzanger had een duidelijke voorkeur voor deze plekken.
Van de rietoevers is in de winter 60-70% gemaaid, met daarbij ook weer delen die vorige winters ook al gemaaid zijn. De oevers van de centrale vijver die aansluit op het Robijnplantsoen zijn geheel gemaaid. Ook waren enkele delen van oevers niet gemaaid die vorige winter ook niet gemaaid zijn.

Het pad tussen de Fluittocht en het rietveld en de ‘loopplank’ door het rietland in het verlengde van de Kakistraat zijn diverse keren breed open gemaaid. De ‘loopplank’ in het verlengde van het Chartreusepad door het rietland is niet gemaaid en in de loop van de lente dichtgegroeid. De gazons over de hele lengte van het park grenzend aan de Paletlaan zijn niet gemaaid, zodat zich hier een kruidenrijke vegetatie ontwikkelde.

Van de Reuzenberenklauw kwamen in de zuidelijke helft van het park weer tientallen planten op. De planten zijn bestreden.
Ondanks de landelijke grote overlast door de Eikenprocessierups, viel deze in het park erg mee. Er zijn begin juni slechts enkele Zomereiken aan het Derkinderenpad voorzien van waarschuwingen voor deze rupsen.

In oktober is een snoeironde voor de bomen uitgevoerd. Een maand later zijn de kapwerkzaamheden herstart. Na de forse kap van bomen zijn veel bomen en struiken aangeplant. De werkzaamheden duurden tot april. De laanbomen aan het Derkinderenpad zijn weer aangevuld, zodat deze laan weer zijn oude statige karakter kan terugkrijgen. Rond de drie kwadranten van populieren, waarvan alleen de buitenste rijen zijn overgebleven, is een haag van Beuk aangelegd. De kwadranten zelf zijn herplant met waarschijnlijk Italiaanse populieren. In elk kwadrant is een vleermuizenkast opgehangen. De diverse bosvakjes zijn ook opgevuld met nieuwe aanplant: linde, zomereik, beuk en iep. Aan de randen zijn struiken geplant van meidoorn, hazelaar, lijsterbes, liguster en krentenboom. Allemaal bes- of nootdragende heesters, interessant voor de vogels! De nieuw geplante bomen en struiken zijn in de droge periodes van deze lente met een tankwagen regelmatig van water voorzien. Deze jonge aanplant stond er dan ook ‘jubelend’ bij. In de loop van de zomer begon wel de bladval aan diverse bomen, maar hopelijk overleven zij dit droge jaar.

Resultaten
Zie Tabel 1 voor de ontwikkeling van het aantal territoria vanaf 2005.

Discussie
De grootste verandering in het Meridiaanpark dit jaar is de grotendeels voltooide bomenkap en de aanplant van jonge bomen, struiken en heggen. Het park heeft hiermee een verjongingskuur ondergaan. Het was interessant om na te gaan of dit effecten op de samenstelling en aantallen broedvogels heeft gehad. Het meest duidelijk was dit te zien aan de Tuinfluiter, een bewoner van niet al te oude en hoge bosschages, die na enkele jaren weg te zijn geweest, is teruggekeerd met twee territoria. De Sperwer is dit jaar niet meer waargenomen. Die soort miste kennelijk te veel van zijn broedbiotoop, dichte bosschages. Verrassend was dat de Ransuil is gebleven. Op de nachtronde in maart hebben we de baltsroep gehoord en in de nachtronde van juni de uil gezien met een langdurig herhaalde alarmroep; elk van beide waarnemingen alleen al is voldoende criterium voor een territorium en is daarmee indicatief voor broeden.

Opvallend was dat het aantal soorten territoriumhoudende vogels (‘broedvogels’) (35) en territoria (134) ongeveer gelijk was als in voorgaande jaren. Van de Knobbelzwaan werd (volgens de richtlijnen!) voor het eerst een territorium vastgesteld, alhoewel duidelijk was dat de soort niet in, maar buiten het park gebroed heeft. De aanwezigheid van een volwassen paar binnen de datumgrenzen voor deze soort is al indicatief voor een territorium.

De vogels van het parkgedeelte hebben zich over het algemeen weten te handhaven. De zachte winter heeft de stand van de Winterkoning goed gedaan: het aantal territoria steeg van 4 naar 7. Daarentegen had de Roodborst met slechts 2 territoria een mager jaar.

De stand van de Merel heeft een verdere klap gehad: het toch al lage aantal van 4 territoria van vorig jaar was dit jaar gehalveerd: slechts twee territoria in het hele Meridiaanpark! Op diverse rondes in het park werd geen zingende Merel meer gehoord. Ook in de aangrenzende Regenboogbuurt is het aantal zingende Merels verder afgenomen. De oorzaak is ongetwijfeld het Usutu-virus, de verwekker van de ‘Merelziekte’, die sinds 2016 in Nederland is. De Groenling die vorig jaar nog één territorium bezette, was dit jaar geheel verdwenen. In bijna geheel Almere is de soort fors achteruitgegaan, ongetwijfeld door de ziekte ‘het Geel’ (veroorzaakt door de protozo Trichomonas gallinae). De Vink lijkt deze dans te ontspringen, want het aantal territoria steeg van 2 naar 3, evenals de Putter die weer aanwezig was met nu één territorium. De ziekte is elders ook vastgesteld bij Houtduiven, maar de 10 territoria wezen absoluut niet op schade bij deze soort door deze ziekte. Langzamerhand zien we reikhalzend uit naar herstel van de stand van Merel en Groenling, omdat verwacht mag worden dat de resterende populaties van deze soorten resistentie tegen de ziekteverwekkers hebben ontwikkeld.

We zagen nestbouw door een paartje Turkse tortels. De Zanglijster ontbrak voor het vierde jaar op rij wat deels is te wijten aan de verjonging van het bomenbestand. De Appelvink met vorig jaar nog één territorium, ontbrak om dezelfde reden zoals vorig al voorspeld werd. Ook de Heggenmus is geen liefhebber van het park. In de aangrenzende tuinen vindt deze soort kennelijk veel meer van zijn gading. Alhoewel buurtbewoners de Grote bonte specht hebben horen roffelen, hebben wij de soort op onze telrondes gemist als territoriumhouder. Maar de andere ‘parksoorten’ floreerden alsof er in het park geen boom gekapt was! Zwartkop, Tjiftjaf, Kool- en Pimpelmees, waren er in normale aantallen. Ook de Staartmees heeft zich niet laten wegjagen. De meest opvallende soorten vogels die zich hebben kunnen handhaven – terwijl je het tegendeel zou verwachten – zijn de kraaiachtigen. De Zwarte kraai had 5 territoria; van 4 paar werd het nest gevonden en gevolgd. De Ekster had maar liefst 7 territoria, en de Gaai 2 territoria. Kennelijk prevaleert de hoeveelheid voedsel die gevonden kan worden, boven een mogelijk mindere nestplaats. Van 2 paar Kauwen werd territoriaal gedrag vastgesteld. De Boomkruiper, toch een soort van oudere bomen, had voor het eerst zelfs 3 territoria.

Op de grens van bloemrijk grasland en jonge bosschages had de Grasmus 2 territoria. Delen van het grasland zijn in het broedseizoen geploegd en ingezaaid: goed voor bloemen en insecten, maar vogels kunnen er dan niet in broeden. De Sprinkhaanzanger heeft het daarom moeilijk en ontbrak dan ook dit jaar weer. Hierboven onder ‘Beheer’ schreef ik al over de Bosrietzangers en de Kleine karekiet in het bloemrijke grasland, die met name in de horsten nestelen waar veel oud riet aanwezig is. De Bosrietzanger was met 11 territoria rijkelijk vertegenwoordigd, terwijl de Kleine karekiet met 16 territoria een mager jaar had. Zoals al gezegd handhaafden Blauwborst en Rietgors zich in het rietveld, dankzij de aanwezigheid van oud riet.

Van de watervogels deden de Wilde eend en Meerkoet het goed, de laatste zelfs met 8 territoria waaronder enkele nestvondsten. De Kuifeend had weer 1 territorium. De Fuut had weer slechts 2 territoria, waaronder één nestvondst en elders een oudervogel met een groot jong. De Grauwe gans werd weer met net uitgekomen pulli gezien, totaal drie paar. Van het Waterhoen werd een nest gevonden, op dezelfde plek als twee jaar geleden.

De Koekoek liet zich ook dit jaar goed horen en zien.

Net ten noorden van de Evenaar en dus buiten het eigenlijke Meridiaanpark had de Nachtegaal weer een territorium, op dezelfde plek als vorig jaar. Ook de Fitis had een territorium net buiten het Meridiaanpark, in het Robijnplantsoen. Deze soort werd na vele jaren afwezigheid nu slechts één keer gehoord, net voor de datumgrens voor deze soort; er kon dus geen territorium genoteerd worden. Deze soort nam met het ouder worden van het park in een bijna rechte lijn af, zoals in tabel 1 te zien is; 2013 was het laatste jaar dat ze in het park broedden. Eerlijk gezegd had ik deze soort dit jaar al terug verwacht, net als de Tuinfluiter die al wel terugkeerde.

Samengevat is het opvallend hoe de meeste soorten zich hebben weten te handhaven na de grote renovatie van het park in de afgelopen twee jaar. Mogelijk wordt nog een aantal bomen verwijderd (en misschien vervangen), maar de grootste onrust is wel achter de rug denk ik. Daarmee kan de vogelstand zich verder ontwikkelen.

 

Tabel 1. Aantal territoria van vogels per jaar

Soort 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Fuut 2 3 3 2 4 5 4 3 3 3 4 3 4 2 2
Knobbelzwaan 1
Grauwe gans 2 1 1 5 1 3
Nijlgans 1 1
Krakeend 1 1 1 1
Wilde eend 8 8 12 6 7 8 9 10 11 11 11 11 12 10 10
Soepeend (tamme eend) 2 1 1 1 1 1 2 1 1 2 1 1
Kuifeend 1 2 1 1 3 1 1 2 1 2 3 1
Sperwer 1 1 1
Waterral ­ 1
Waterhoen 1 1 1 1 2 2 1 1
Meerkoet 3 7 5 5 7 6 5 5 5 6 5 4 5 6 8
Houtduif 7 14 9 14 8 12 11 13 6 10 11 9 8 11 10
Turkse tortel 1 2 1 1 1 1 1 2 1
Zomertortel 1 1
Koekoek 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Ransuil 1 1 1
Groene specht 1
Grote bonte specht 1 2 1 1 1 1 2 1 2 1
Witte kwikstaart 2
Winterkoning 2 6 4 3 2 2 4 5 8 8 7 10 4 7
Heggenmus 3 3 2 3 4 2 1 2 3 1 1 1 1
Roodborst 2 3 4 3 3 1 2 2 4 4 4 8 5 4 2
Nachtegaal 1
Blauwborst 3 1 1 1 2 2 2 3 2 2 1 1 1 1 1
Roodborsttapuit 1
Merel 10 7 9 11 10 11 8 9 6 7 8 8 6 4 2
Zanglijster 2 1 2 3 1 1 2
Sprinkhaanzanger 3 1 1 1 1 1 1 2 2
Rietzanger 3 1
Bosrietzanger 5 9 7 2 12 7 10 6 8 9 10 7 12 6 11
Kleine karekiet 26 28 26 18 22 25 19 21 14 20 15 15 13 23 16
Spotvogel 3 2 2 2 2 1
Grasmus 9 4 1 3 2 4 4 4 4 2 1 1 2
Tuinfluiter 9 7 6 5 4 1 1 3 3 1 2 2
Zwartkop 9 7 7 4 8 7 7 8 7 9 7 7 7 5 7
Tjiftjaf 6 3 4 5 7 8 7 9 6 8 8 7 7 6 7
Fitis 14 7 7 6 8 4 4 3 2
Staartmees 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Pimpelmees 2 4 2 3 3 3 4 5 4 6 5 2 3 3 3
Koolmees 6 6 8 4 5 6 4 6 9 6 5 4 4 6 6
Boomkruiper 1 2 1 2 3
Gaai 2 1 2 1 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2
Ekster 4 6 5 2 2 3 4 5 4 5 8 6 6 5 7
Kauw 1 2
Zwarte kraai 3 2 3 5 4 5 3 3 3 3 5 6 6 5 5
Huismus 3 1 1 2 1 1
Vink 5 5 4 3 3 4 3 2 6 3 5 5 3 2 3
Groenling 3 2 3 3 3 5 6 3 3 3 3 1 1 1
Putter 5 2 1 1 3 1 2 1
Kneu 1 1 1 2
Appelvink 1 1 1
Rietgors 2 2 2 3 3 2 2 3 3 3 2 1 2 2
Aantal vogelsoorten 29 32 31 31 35 34 33 37 32 34 32 30 34 37 35
Aantal territoria 158 151 148 125 151 143 134 150 134 148 143 129 139 129 134

 

Zie ook de oudere verslagen