De broedvogels van het Meridiaanpark te Almere in 2018

31 juli 2018

Ed ter Laak
Lilastraat 1
1339 AG ALMERE
e-mail: edterlaak@kpnmail.nl

In 2018 heb ik voor het 14de achtereenvolgende jaar de broedvogels van het Meridiaanpark in de Regenboogbuurt van Almere Buiten gemonitord. Deze activiteit valt onder het “Broedvogel Monitoring Project – Alle broedvogels” (BMP-A) van Sovon Vogelonderzoek Nederland. De werkwijze is beschreven in de “Handleiding Sovon Broedvogelonderzoek: BMP & kolonievogels” (Sovon, 2016).

Er zijn 9 ochtendbezoeken afgelegd in de periode 25 maart – 15 juli, 0,5 tot 1 uur voor zonsopgang, en 2 nachtbezoeken, startend 1½ uur na zonsondergang. Ik kreeg versterking van enkele geïnteresseerde buurtbewoners: Michiel Dieben, Marian Vogt en Kees van Vliet, en van mijn vrouw Luud.

Het weer van winter 2017-2018 en voorjaar 2018
De winter in haar geheel was vrij zacht. Zowel december als januari waren niet alleen zacht, maar ook somber en nat. Februari daarentegen was uitzonderlijk zonnig en droog, maar wel 2,6°C kouder dan normaal. In totaal werden in De Bilt 33 vorstdagen (minimumtemperatuur lager dan 0,0°C) geregistreerd, tegen een langjarig gemiddelde van 28; februari telde er 23. Het zeer koude winterweer eind februari leverde lokaal 3 ijsdagen (maximumtemperatuur lager dan 0,0°C) op rij, gevolgd door 2 ijsdagen in maart. Tussen 4 en 17 maart was het vrij zacht, maar op 17 maart vroor het overdag, waarna maart koud verliep; de maand kende 11 vorstdagen.

April was zeer zacht en mei was de warmste meimaand sinds drie eeuwen. April had 3 zomerse dagen (maximumtemperatuur 25,0°C of hoger) (normaal nul), mei had er 13. De laatste tien dagen van mei waren uitzonderlijk warm. In mei was het vrij droog, maar aan het einde van de maand en in begin juni waren er enkele dagen met zware buien. De lente in haar geheel was dus extreem zacht en zeer zonnig met vrijwel de normale hoeveelheid neerslag.

Juni was zeer warm, zeer droog en had een normale hoeveelheid zonneschijn. De maand telde 6 zomerse dagen.
Ook juli was zeer warm en daarmee de vierde zeer warme maand op rij, zeer droog, en uitzonderlijk zonnig (de zonnigste juli sinds het begin van de metingen) met op vrijwel alle dagen een temperatuur boven de 20°C en vanaf het midden van de maand een hittegolf van 13 dagen.

Plantengroei in 2018

Door het koude weer van maart liep de natuur, met name de plantengroei, op 8 april nog zo’n 1,5 week achter op het gemiddelde van de afgelopen 17 jaar. Maar de achterstand liep snel terug met de zeer hoge temperaturen vanaf begin april.
De groei van het bloemrijke grasland en het riet kwam overeen met die van vorig jaar. Het riet was op 22 april 50 cm hoog (vorig jaar noteerde ik dat op 23 april) en op 6 mei al 1 m (vorig jaar op 4 mei). Door het zeer warme voorjaar was de rietgroei uitbundig. In het rietland was het riet hoger dan ooit en ook erg dicht. Kennelijk had het riet dit jaar nauwelijks te lijden van parasitaire insecten.

Beleid augustus 2017– augustus 2018

De grote opknapbeurt van de gehele Meridiaan is gestart in het najaar van 2017. Op 9 november kon nog een laatste concept van het herinrichtingsplan worden becommentarieerd. Op diverse plekken zijn borden geplaatst met een plattegrond van de toekomstige situatie in de gehele Meridiaan.

Beheer

Half oktober 2017 is weer het hele areaal bloemrijk grasland gemaaid en het maaisel afgevoerd. Door de beheerder en aannemer van het groenonderhoud zijn deze winter zeven plekjes niet gemaaid om een betere start te krijgen van het insectenleven in het voorjaar; deze plekken worden horsten genoemd. Eén horst (dicht bij de Lage Vaart) ging begin april op de schop, omdat op deze plek een veldje met speeltoestellen werd aangelegd. Een andere horst, dicht bij de Evenaar, ging begin mei verloren, omdat delen van het bloemrijke grasland werden gemaaid. Van de overige vijf horsten werden er twee bezet door de Bosrietzanger. In deze twee horsten werden ook nog territoriale Kleine karekieten vastgesteld. In een derde horst werd alleen een territoriale Kleine karekiet vastgesteld.

In februari is het deel (ca 30%) van het rietland gemaaid dat het afgelopen jaar niet gemaaid is. Zo kon het niet gemaaide deel (ca 70%) in het voorjaar als overjarig riet dienst doen wat aantrekkelijk is voor o.a. Blauwborst en Rietgors.

Van de rietoevers is in januari ruim de helft gemaaid, ongeveer dezelfde delen die ook vorige winter zijn gemaaid. Net als vorig jaar is ca 100 m oever aan de Fluittocht in de noordelijke helft van het park in de lente regelmatig gemaaid, zodat zich geen hoog riet kon ontwikkelen.

Door het bloemrijke grasland zijn enkele smalle paden gemaaid om meer wandelmogelijkheden te bieden. Bezoekers hebben daarvan gebruik gemaakt. Het pad tussen de Fluittocht en het rietveld en de twee ‘loopplanken’ door het rietland zijn slechts incidenteel gemaaid, evenals een deel van de gazons in de zuidelijke helft van het park.

Van de Reuzenberenklauw kwamen in de zuidelijke helft van het park weer tientallen planten op. Na melding aan de beheerder werden eind juni en begin juli drie grote delen van het bloemrijke grasland gemaaid. Het broedsel van de enige Grasmus dit jaar zal dit niet overleefd hebben. Mogelijk moeten volgend jaar de overgebleven Reuzenberenklauwen door buurtbewoners gesnoeid worden. Er zijn meer buurtbewoners die dit wel willen doen.

Begin juli zijn diverse Zomereiken aan het Derkinderenpad voorzien van waarschuwingen voor de Eikenprocessierups die bij mensen ernstige jeuk kan veroorzaken.

In het kader van de grote opknapbeurt van de Meridiaan zijn in 2017 in het noordelijk deel de werkzaamheden gestart. Ondanks de mededeling op 9 januari dat de werkzaamheden in het eigenlijke Meridiaanpark, ten zuiden van de weg de Evenaar, pas in het najaar van 2018 zouden beginnen, is op 19 februari de kap van een groot aantal bomen gestart. Kennelijk lagen de werkzaamheden wat voor op het schema. Van de drie kwadranten met populieren zijn alleen de buitenste populieren blijven staan; alle bomen daarbinnen zijn gekapt. Aan de noordkant van het park zijn in groot tempo grote delen van de bosschages weggehaald. Er was dus geen sprake van alleen maar uitdunnen. In dit deel stonden niet alleen zieke en dode Essen, maar ook Essen die er nog gezond uitzagen. Dit veroorzaakte onrust bij de bewoners. De Partij voor de Dieren heeft hierover op 5 april schriftelijke vragen ingediend bij het College van B en W die op 8 mei zijn beantwoord. Hierin gaf het College aan dat er te voortvarend is gewerkt. Daarom worden er in dit deel versneld meer bomen aangeplant. De opruimwerkzaamheden duurden tot en met 11 april.

Resultaten

Zie Tabel 1 voor de ontwikkeling van het aantal territoria vanaf 2005.

Discussie

Vanwege de tweede koudeperiode van de afgelopen winter na half maart, werd het eerste bezoek pas op 25 maart afgelegd.

Enkele soorten broedvogels hadden dit jaar lagere aantallen dan vorig jaar. Er kon niet altijd goed bepaald worden welke van de volgende factoren daarvoor verantwoordelijk waren: areaalverlies door de plaatselijk intensieve bomenkap, de vorstperiodes in februari en maart en de invloed van infectieziekten bij de vinkachtigen (Groenling en Vink) en de Merel. Per soort zal de meest logische oorzaak worden vermeld.

Het aantal soorten territoriumhoudende vogels (‘broedvogels’) evenaarde met 37 het maximum in 2012, maar het aantal territoria was met 129 aan de lage kant. Van twee soorten werd voor het eerst een territorium vastgesteld: Waterral en Kauw.

De parkvogels lieten over het algemeen lagere aantallen zien. De Winterkoning heeft het venijn van de late winter met twee vorstperiodes maar ten dele overleefd; de stand is meer dan gehalveerd tot 4 territoria. De Roodborst heeft kennelijk minder van de kou geleden en was aanwezig met 4 territoria.

De dalende trend bij de Merel heeft zich versterkt voortgezet. De 4 territoria zijn een ongekend dieptepunt. De belangrijkste reden zal het Usutu-virus zijn, de verwekker van de ‘Merelziekte’, die sinds 2016 in Nederland is. Het virus is in Almere aangetoond. Ook in de aangrenzende Regenboogbuurt waren er aanzienlijk minder zingende Merels. De Groenling had weer maar één territorium. De soort is nu op 4 dagen waargenomen, vorig jaar maar op één dag. Hier kan de ziekte ‘het Geel’ (veroorzaakt door de protozo Trichomonas gallinae) een rol spelen dat sinds 2009 bij vooral Groenlingen wordt gevonden.

De Vink kan ook slachtoffer zijn van deze ziekte. In het park heeft de soort sinds enkele jaren een dalende trend: nu slechts twee territoria. Ook de Houtduif kan slachtoffer zijn, maar de 11 territoria wijzen hier niet op. De ervaring leert dat infectieziekten bij wilde dieren meestal na enkele jaren weer uitdoven. Dan is er voldoende weerstand opgebouwd in de populatie. De Zanglijster is helemaal niet waargenomen en ontbreekt de laatste drie jaren als broedvogel. De Appelvink had weer één territorium, maar deze soort zal het als bewoner van oudere bomen moeilijk krijgen na de renovatie van het park. Weer werd de Heggenmus slechts één maal waargenomen. De Zwartkop had met slechts 5 territoria een dieptepunt. Dit lage aantal is toe te schrijven aan areaalvermindering door de bomenkap.

De Tjiftjaf kon zich daarentegen redelijk handhaven met 6 territoria. Kool- en Pimpelmees deden het niet slecht. Ook de Staartmees was weer present met één territorium en de Boomkruiper met 2 territoria. Ondanks de bomenkap waren de kraaiachtigen waren weer goed vertegenwoordigd. Van de Zwarte kraai werden 5 nesten gevonden, vorig jaar 6. Van de Ekster werd het aantal territoria eveneens op vijf gesteld en vorig jaar op zes. Ook de Gaai was weer met twee paar aanwezig. Als nieuwe soort was er dit jaar een eenmalige waarneming van een territoriale Kauw. De Grote bonte specht had één territorium.

De Grasmus had weer slechts één territorium. Het broedsel zal mislukt zijn doordat het betreffende deel van het bloemrijke grasland gemaaid is ter bestrijding van de Reuzenberenklauw. De Kleine karekiet kwam voor het eerst sinds 2012 weer boven de 20 territoria uit, mede dankzij de bijzonder goede rietgroei dit jaar. Er werden 23 territoria geteld. De stand van de Bosrietzanger daarentegen halveerde tot slechts 6 territoria; 2 territoria lagen in horsten (niet gemaaide delen) van het bloemrijke grasland. In het rietveld werden 2 territoria van de Rietgors vastgesteld, terwijl de Blauwborst weer bleef steken op één paar. Voor het eerst werd (tijdens een nachtbezoek) een Waterral gehoord. Omdat deze ook tijdens het eerste bezoek overdag werd gehoord, kan van een territorium worden gesproken.

Van de watervogels deden de Wilde eend, Kuifeend en Meerkoet het goed. De Fuut had slechts 2 territoria, maar werd wel met een jong gezien. Van de Grauwe gans werd slechts één paar vastgesteld. Van het Waterhoen werd één territorium vastgesteld, maar geen nest gevonden.

Ondanks de omvangrijke bomenkap heeft de Sperwer weer gebroed in het park. Omdat het bosvak waarin de Sperwer vorig jaar zijn nest had gebouwd nu was uitgedund, was een naastgelegen bosvak kennelijk goed genoeg. Bij het laatste bezoek werden bedelende jongen gehoord. Ook de Ransuil had een territorium. Tijdens het eerste nachtbezoek werd een baltsend mannetje gehoord en gezien in de noordkant van het park, in de bizarre situatie van de overvloed aan lawaai en fel licht van de kermis schuin aan de overkant van de Evenaar. Later in het jaar werd ’s nachts één bedelend jong gehoord, wat duidt op een succesvol broedgeval.

De Koekoek liet zich dit jaar goed horen en zien; het park leek centraal in zijn grote territorium te liggen.

De nieuwkomer Roodborsttapuit van vorig jaar was dit jaar afwezig. Ook de Sprinkhaanzanger liet zich niet horen, maar die slaat wel vaker één of enkele jaren over. Weliswaar in de Meridiaan, maar ten noorden van de Evenaar (dus buiten het eigenlijke Meridiaanpark) werd op drie data een zingende Nachtegaal gehoord, wat duidt op een broedgeval.

Samengevat viel de schade door de opgestarte renovatie van het Meridiaanpark aan de broedvogels mee. In het parkdeel zijn geen soorten verdwenen en dat Zowel Sperwer als Ransuil succesvol gebroed hebben is een grote meevaller. Van slechts een beperkt aantal soorten konden de lagere aantallen worden toegeschreven aan areaalverlies door de kap van bomen en struiken.

Het komende winterhalfjaar staat de grote opknapbeurt van het park dan echt te gebeuren. We zijn benieuwd hoe de vogelstand daarop zal reageren.

 

Tabel 1. Aantal territoria van vogels per jaar

Soort 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018
Fuut 2 3 3 2 4 5 4 3 3 3 4 3 4 2
Grauwe gans 2 1 1 5 1
Nijlgans 1
Krakeend 1 1 1 1
Wilde eend 8 8 12 6 7 8 9 10 11 11 11 11 12 10
Soepeend (tamme eend) 2 1 1 1 1 1 2 1 1 2 1
Kuifeend 1 2 1 1 3 1 1 2 1 2 3
Sperwer 1 1 1
Waterral ­ 1
Waterhoen 1 1 1 1 2 2 1
Meerkoet 3 7 5 5 7 6 5 5 5 6 5 4 5 6
Houtduif 7 14 9 14 8 12 11 13 6 10 11 9 8 11
Turkse tortel 1 2 1 1 1 1 1 2
Zomertortel 1 1
Koekoek 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Ransuil 1 1
Groene specht 1
Grote bonte specht 1 2 1 1 1 1 2 1 2 1
Witte kwikstaart 2
Winterkoning 2 6 4 3 2 2 4 5 8 8 7 10 4
Heggenmus 3 3 2 3 4 2 1 2 3 1 1 1 1
Roodborst 2 3 4 3 3 1 2 2 4 4 4 8 5 4
Nachtegaal 1
Blauwborst 3 1 1 1 2 2 2 3 2 2 1 1 1 1
Roodborsttapuit 1
Merel 10 7 9 11 10 11 8 9 6 7 8 8 6 4
Zanglijster 2 1 2 3 1 1 2
Sprinkhaanzanger 3 1 1 1 1 1 1 2 2
Rietzanger 3 1
Bosrietzanger 5 9 7 2 12 7 10 6 8 9 10 7 12 6
Kleine karekiet 26 28 26 18 22 25 19 21 14 20 15 15 13 23
Spotvogel 3 2 2 2 2 1
Grasmus 9 4 1 3 2 4 4 4 4 2 1 1
Tuinfluiter 9 7 6 5 4 1 1 3 3 1 2
Zwartkop 9 7 7 4 8 7 7 8 7 9 7 7 7 5
Tjiftjaf 6 3 4 5 7 8 7 9 6 8 8 7 7 6
Fitis 14 7 7 6 8 4 4 3 2
Staartmees 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Pimpelmees 2 4 2 3 3 3 4 5 4 6 5 2 3 3
Koolmees 6 6 8 4 5 6 4 6 9 6 5 4 4 6
Boomkruiper 1 2 1 2
Gaai 2 1 2 1 1 1 2 2 2 2 2 2 2
Ekster 4 6 5 2 2 3 4 5 4 5 8 6 6 5
Kauw 1
Zwarte kraai 3 2 3 5 4 5 3 3 3 3 5 6 6 5
Huismus 3 1 1 2 1
Vink 5 5 4 3 3 4 3 2 6 3 5 5 3 2
Groenling 3 2 3 3 3 5 6 3 3 3 3 1 1 1
Putter 5 2 1 1 3 1 2
Kneu 1 1 1 2
Appelvink 1 1 1
Rietgors 2 2 2 3 3 2 2 3 3 3 2 1 2
Aantal vogelsoorten 29 32 31 31 35 34 33 37 32 34 32 30 34 37
Aantal territoria 158 151 148 125 151 143 134 150 134 148 143 129 139 129