Trektelpost IJmeerdijk

De telpost IJmeerdijk ligt in Zuid-Flevoland, ongeveer 3 km ten noorden van de Hollandse Brug (t.h.v. Muiderberg). De Hollandse Brug is het meest zuidwestelijke punt in de polder en geheel omgeven door water. Veel vogels laten zich leiden door landschapselementen als water en dijken en op het smalste punt is dan vaak sprake van gestuwde trek in de herfst. Dat is ook rond de Hollandse Brug het geval.
In 2001 is in het najaar op verschillende punten rond de Hollandse Brug geteld (Gooimeerdijk/Kromslootpark, Muiderzand, en IJmeerdijk), voor het eerst sinds jaren wat structureler. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werd in deze omgeving onregelmatig geteld maar gegevens zijn niet of nauwelijks gepubliceerd. Wel kwam men toen al tot de conclusie dat rond de brug sprake was van gestuwde trek. Dat bleek ook in 2001 duidelijk uit de gegevens van de verschillende telpunten.
De verschillende telpunten geven een aardig beeld van de verschillen in doortrekkende soorten. Kromslootpark en Muiderzand leveren meer bosvogels op, wat verklaard kan worden door de directe omgeving en het achterland van de telpunten. De IJmeerdijk geeft hogere aantallen ganzen en eenden. Ook bijv. Kievit, Kramsvogel, Veldleeuwerik, Vink, en Ringmus trekken hier in grotere aantallen langs dan op de andere telpunten.
De trek op de punten Gooimeerdijk en IJmeerdijk is qua intensiteit waarschijnlijk wel vergelijkbaar en er is weinig overlap. Uit waarnemingen blijkt dat de A6 een duidelijke barrière vormt voor veel kleinere vogels. Deze laten zich door de weg naar de Hollandse Brug leiden en steken daar over bij het smalste punt naar het vasteland.
Aangemoedigd door de resultaten van 2001 is in het najaar van 2002 weer gestart met tellingen. Deze keer is gekozen voor de post IJmeerdijk (kilometerhok 25.48.13) om de telinspanningen niet te versnipperen. Bovendien is het uitzicht vanaf dit punt zeer groot. Een groot deel van het IJmeer en Markermeer is zichtbaar in de richting van waaruit de vogels komen. Hetzelfde geldt voor het uitzicht naar het binnenland. Dit heeft natuurlijk als voordeel dat vogels al van ver kunnen worden gezien en daardoor makkelijker te tellen en te determineren zijn. Bovendien vliegen veel vogels over of langs de IJmeerdijk die hier pal noord-zuid loopt, en passeren daardoor de telpost op korte afstand.
Het achterland van de telpost bestaat uit de moerasgebieden Oostvaardersplassen en Lepelaarplassen, het bosgebied Pampushout en andere verspreide bossen, en grootschalige akkers en ruigte. Een grote variatie aan biotopen die de soorten samenstelling op de telpost divers maakt.
Tot en met 2004 is alleen in het najaar geteld. Met ingang van 2005 wordt eigenlijk het hele jaar rond geteld. Bovendien wordt in de zomermaanden ( half juni – begin september ) ook ’s avonds regelmatig geteld. De najaarstrek stopt niet per 31 december. Vooral in januari en februari kan het nog druk met vogels die naar het zuiden vliegen. Met name Kolganzen zorgen voor behoorlijke aantallen. De voorjaarstrek komt pas goed op gang in maart. Alles afhankelijk van het weer natuurlijk. Een probleem ( voor de tellers ) in het voorjaar is dat de trek niet gestuwd is. Vogels vliegen in een breed front het IJmeer over en zijn daardoor lastig te tellen en gemakkelijk te missen. Vanaf half juni passeren de eerste najaarstrekkers ( ruiende Grauwe Ganzen, kinderloze kieviten, Kruisbekken ) en bovendien is het vanaf deze tijd aantrekkelijk om ’s avonds te tellen. Avondtrekkers die passeren zijn vooral Blauwe Reigers, eenden en steltlopers. Tot begin september wordt regelmatig in de avonduren geteld. Vanaf die tijd wordt het ook in de ochtend drukker met zwaluwen, graspiepers en vinken. Oktober is vooral de maand van de Koperwieken en andere lijsterachtigen. Begin november passeren vaak enkele 100.000 den spreeuwen. Daarna nemen de ganzen het over. De trek is sterk afhankelijk van het weer en dan met name van de wind. Wind uit het noorden is slecht voor de tellers. Vogels passeren dan met meewind op 1-3 km hoogte, onzichtbaar dus. Voor de IJmeerdijk is zuidelijke wind het beste.De vogels moeten dan tegen de wind in vliegen en gaan daardoor lager vliegen. Bij harde wind( >5 Bf ) vliegen sommige soorten zelfs op teenhoogte voorbij.

Voor een overzicht van de jaartotalen 2002 – 2009 klik hier.