Centrale deel van de polder

Het centrale deel van de polder kenmerkt zich door uitgestrekte landbouwgebieden en rechtlijnige patronen. De landbouwgebieden bestaan uit akkerlanden en weilanden, afgewisseld met lange, brede kanalen en groenstroken. Door de intensieve landbouw en het ontbreken van akkerranden met wilde vegetatie zijn er in grote gedeeltes soms maar weinig vogels te vinden in het broedseizoen.
In het winterseizoen daarentegen overwinteren hier grote groepen grauwe ganzen, kolganzen, toendrarietganzen, brandganzen, wilde en kleine zwanen. Een enkele keer zit er een sneeuwgans of roodhalsgans tussen. Ze foerageren veelal op achtergebleven oogstresten. Zelfs in het winterseizoen zijn hier ook grote zilverreigers te zien. In de goede gedeeltes van de polder zijn in het zomerseizoen soorten aan te treffen als grauwe kiekendief, kwartel, kwartelkoning, gele kwikstaart en verschillende soorten weidevogels.

 

Centrale deel van de polder. Broedterrein voor kwartel en grauwe kiekendief. Foto gemaakt door Marius Bouscholte.

Centrale deel van de polder. Broedterrein voor kwartel en grauwe kiekendief.
Foto gemaakt door Marius Bouscholte.

 

Bijzondere soorten die hier ooit gezien zijn: steenarend, grote trap, hop, zwarte ibis, kraanvogel, roodpootvalk, roodhalsgans, morinelplevier, kleine klapekster,
griel, roodkeelpieper, steenuil, steppekiekendief, steppekievit, velduil en kwartelkoning (20 vogels in 2003).

 

Bollenvelden in de polder, verblijfplaats voor gele kwikstaarten. Foto gemaakt door Marius Bouscholte.

Bollenvelden in de polder, verblijfplaats voor gele kwikstaarten.
Foto gemaakt door Marius Bouscholte.