Reacties en aanvullingen

Op deze pagina plaatst de redactie van de Grauwe Gans aanvullingen en reacties op artikelen die in de Grauwe Gans gepubliceerd zijn.

 

Grauwe Gans 2018-01, pagina 17
(Onderbouwing volgt nog)

Oostvaardersplassen: voer voor discussie

In de eerste Grauwe Gans van 2018 staat in het kort het standpunt van de Vogelwacht aangaande het bijvoeren van de grote grazers in de Oostvaardersplassen. Vanwege beperkte ruimte wordt hier onder achtergrondinformatie, toelichting en ook onderbouwing van het standpunt beschreven. Eerst het stuk uit de Grauwe Gans:

Winter in 2018 was eerst nat en daarna ineens nog heel erg koud. Temperaturen die voor het gevoel de -20 graden haalden, zorgden bij veel mensen juist voor verhitte discussies. Discussies over het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen. Het bestuur en de werkgroep bescherming hebben gesproken over dit onderwerp. Wij vinden het belangrijk dat in de Oostvaardersplassen de doelstellingen van Natura 2000 leidend zijn en moeten blijven. Dat betekent dat er gekeken moet worden hoeveel ganzen er nodig zijn om het moeras zo optimaal mogelijk te laten functioneren voor die vogelsoorten die in de instandhoudings¬doelstellingen worden genoemd. Op basis van dat aantal ganzen moet gekeken worden hoeveel kort gras er beschikbaar moet zijn voor hen om na de rui in het moeras terug te kunnen keren en aldaar te kunnen grazen. Een alternatief voor de grote grazers zou de grasmaaier kunnen zijn. Wij zijn van mening dat deze grote grazers dus een middel zijn en geen doel op zich. Dat zijn de Natura 2000 doelstellingen.

Bijvoeren van de grote grazers is wat ons betreft een heel slechte actie, ingegeven door emoties die we wel begrijpen. Dit verstoort de natuurlijke processen bij deze dieren. Door het bijvoeren zullen meer dieren potentieel de winter door kunnen komen, wat weer groei van de populatie tot gevolg heeft. Een winter als deze was eigenlijk juist heel goed om de populatie weer te laten krimpen

Als we vinden dat we het sterven van de dieren niet kunnen aanzien, dan moeten we ervoor zorgen dat er net als op de Veluwe de aantallen al ver voor de winter worden gereduceerd. Op de Veluwe wordt er bijvoorbeeld bij de wilde zwijnen een jaarlijkse reductie van meer dan 70% van de dieren bewerkstelligd, en ook bij de edelherten wordt zeker de helft afgeschoten. De dieren worden daar overigens eerst bijgevoerd.
Op dit moment (maart 2018) leidt het bijvoeren tot sterfte onder de dieren door o.a. koliek. Daarnaast verstoort het de vogelpopulatie door alle extra bewegingen in het gebied. De meest zwakke dieren komen waarschijnlijk niet eens bij het eten. Bijvoeren is een verstoring van het hele systeem op korte, maar ook op lange termijn en zou dus niet moeten plaats-vinden.